Kompas

Hieronder staan een aantal oefeningen die je met een kompas binnen de ACT training/coaching kan doen. 

4,5 x 2 cm

WAARSCHUWING! Niet geschikt voor kinderen jonger dan 36 maanden vanwege kleine onderdelen, verstikkingsgevaar!

 

1. Waardenkompas

Doel:
Bewustwording van persoonlijke waarden en richting geven aan gedrag.

Uitleg:

  • Leg een echt kompas neer of gebruik een afbeelding.

  • Leg uit dat een kompas niet zegt waar je nu bent, maar wel waar je naartoe wilt gaan.

  • Vraag de deelnemer:

    • Wat is voor jou “het noorden” in je leven — waar wil jij naartoe?

    • Welke waarden wijzen jou de weg, ook als het moeilijk is?

    • Noem 3 tot 5 waarden die jouw kompas vormen.

  • Laat de deelnemer eventueel symbolisch het kompas richten naar één waarde (bijv. “verbinding”).

Transfer:
→ Net als een kompas kan jouw innerlijk kompas richting geven, ook als de omstandigheden onduidelijk of pijnlijk zijn.
→ Je kunt steeds terugkeren naar je waarden om te bepalen: Wat is nu een kleine stap in die richting?


2. De mist en het kompas

Doel:
Omgaan met verwarring, angst of pijn zonder de richting te verliezen.

Uitleg:

  • Laat de deelnemer zich voorstellen dat hij of zij in een dikke mist loopt met alleen een kompas in de hand.

  • In de mist zie je niet ver vooruit, maar je kunt wél je richting bepalen.

  • Vraag:

    • Hoe voelt het om in de mist te staan?

    • Wat zou er gebeuren als je bleef wachten tot de mist optrekt?

    • Wat als je, ondanks de mist, kleine stapjes zet in de richting die jouw kompas wijst?

Transfer:
→ In het leven is er vaak “mist”: onzekerheid, angst, pijn.
→ Het kompas (waarden) helpt je toch te bewegen in plaats van te wachten tot het beter voelt.


3. De storm en het kompas

Doel:
Leren dat pijn en tegenslag deel uitmaken van de reis, maar niet de richting bepalen.

Uitleg:

  • Laat de deelnemer zich voorstellen dat hij op zee is in een storm met een kompas.

  • De wind (gedachten, emoties) kan je koers tijdelijk verstoren, maar het kompas blijft dezelfde richting wijzen.

  • Vraag:

    • Wat is jouw storm? (welke gevoelens of gedachten trekken je van koers?)

    • Wat helpt jou om toch je kompas te raadplegen en koers te houden?

Transfer:
→ Emoties en gedachten komen en gaan, maar waarden blijven.
→ Je kunt kiezen om koers te houden in plaats van je te laten meeslepen door de storm.


4. Richting zonder eindbestemming

Doel:
Inzien dat waarden geen doelen zijn, maar richtingen.

Uitleg:

  • Laat de deelnemer het kompas bekijken en vraag:

    • “Wat is het doel van een kompas?”

    • “Kan je het noorden ooit bereiken?”

  • Bespreek dat waarden geen eindpunten zijn (je kunt nooit ‘klaar’ zijn met eerlijkheid of liefde), maar richtingen waarin je steeds opnieuw beweegt.

Transfer:
→ Je kunt elke dag opnieuw kiezen om te handelen in de richting van je waarden, ongeacht of je ‘klaar’ bent of succes hebt.


5. Kleine stappen met het kompas

Doel:
Vertalen van waarden naar concreet gedrag.

Uitleg:

  • Vraag: “Als jouw kompas naar vriendelijkheid wijst, wat is dan één kleine stap die je vandaag kunt zetten in die richting?”

  • Laat de deelnemer letterlijk een stap zetten in de richting die het kompas aangeeft.

  • Herhaal met meerdere waarden (één stap per waarde).

Transfer:
→ Waarden krijgen betekenis in gedrag, niet in woorden.
→ Zelfs kleine stappen in de juiste richting brengen je dichter bij een betekenisvol leven.


6. Het gedeelde kompas (groepsoefening)

Doel:
Verbinding en gedeelde waarden versterken in teams of relaties.

Uitleg:

  • Leg één kompas in het midden van de groep.

  • Laat ieder vertellen welke waarde voor hem/haar richtinggevend is.

  • Bespreek: “Waar wijzen onze kompassen samen naartoe?”

  • Zoek gedeelde waarden die de groep kan dragen.

Transfer:
→ Teams en relaties floreren wanneer de richting gedeeld wordt, ook als de paden verschillen.